zomerkoorts: 5. nice – nice

Voorzichtig schuift Eddy terug onder het dekbed. Drukt zijn hoofd diep in het donzen kussen. Luistert naar de ademhaling van zijn vrouw. Ze slaapt. In het schemerdonker staart hij naar het plafond. Kijkt hoe de strepen licht die door het slecht neer gelaten rolluik vallen langzaam breder worden. Ergens in het huis gaat een deur open. En weer dicht. Een toilet wordt doorgespoeld. De stilte neemt weer over. Oorverdovende stilte. Gevuld met kwinkelerende vogels. De knetterende brommer van de krantenjongen. De diepe brom van de Volkswagenbus van de buurman drie huizen verder. Een hond blaft. De ontwakende straat. Tevreden met zijn keuze dommelt hij weer in.

‘Eddy.’ Leontien schudt aan de schouder van haar man. ‘Au.’ ‘Je hebt je verslapen.’ Leontien negeert het gekerm. Eddy bromt iets onverstaanbaars. ‘Het is al acht uur geweest.’ ‘Maak je niet druk lieverd, ik blijf thuis vandaag. Ik denk dat ik hier even harder nodig ben.’ Zijn vrouw kijkt hem vragend aan. Niet begrijpend. ‘We moesten maar eens wat tijd uittrekken voor de kinderen. De neuzen dezelfde kant op proberen krijgen. Dit kan zo niet langer.’ Met een reuzenzwaai zwiert Eddy zijn benen over de rand van het bed en strompelt stijf naar de badkamer.

‘Is pa ziek?’ Lars wacht het antwoord van zijn zusje niet af. Wil een appel uit de fruitschaal pakken en doorlopen naar buiten. ‘Kom even zitten jongen. Jij ook Marianne. Jullie moeder en ik willen even met jullie praten.’ Schoorvoetend schuift de jongen aan, het meisje volgt zijn voorbeeld. Afwachtend op wat komen gaat. Wat hun plannen zijn. Dat ze die maar even moeten doorschuiven. ‘Vandaag willen we samen met jullie doorbrengen…’ ‘Net als vroeger’, valt Leontien hem in de rede. ‘Net als vroeger’, herhaalt Eddy. ‘We zijn enorm geschrokken van wat er de laatste dagen allemaal is gebeurd. Wat er met jullie gebeurt. Met ons, met ons als gezin.’ De kinderen kijken hem aan alsof ze het in Keulen horen donderen. ‘Wat…’, probeert Lars een opening te forceren. ‘Vandaag gaan we met zijn allen naar het strand.’ Eddy gooit de deur dicht. ‘Geen afspraken, geen verplichtingen. Gewoon wij met zijn vieren, een bult zand en een plas water.’

Leontien slaapt. Haar ogen verstopt achter een grote zonnebril. Haar slappe borsten, glimmend van de zonnecrème, bewegen zacht op het ritme van haar ademhaling. Marianne staat aan de vloedlijn met haar voeten in het water. Eddy bedenkt dat ze met de dag meer op haar moeder gaat lijken. Op het meisje waar hij vierentwintig jaar geleden zo halsoverkop verliefd op werd. Hij kijkt naar zijn zoon, die een paar meter verderop verdiept is in zijn mobiel. Koptelefoon op, alleen op de wereld. Dit is niet wat hij voor ogen had vandaag.

‘Wat doe je Lars?’ De jongen kijkt op. Houdt een hand boven zijn ogen tegen de felle zon. Pulkt een oortje uit zijn oor en kijkt vragend naar zijn vader. ‘Is het niet fijn, zo’n dag samen?’ Het klinkt wat onbeholpen. Lars haalt zijn schouders op. ‘Kun je TV kijken op dat ding? Hier?’ Lars knikt, ‘wil je de tour zien?’ ‘Ploegentijdrit vandaag.’ Zijn zoon verdiept zich in het apparaatje. ‘Hier.’ Eddy verdiept zich in het kleine beeld. Schermt het met zijn handen af van het zonlicht. ‘Omega doet het goed. Kijk jongen, hoe dat ronddraait. Dat molentje, die waaier. Wat een samenwerking. Hoe zo’n ploeg op elkaar vertrouwt om met zijn allen over de streep te komen.’ Lars kijkt met hem mee. Zegt verder niets.

‘Heb je dit gezien pa?’ Lars houdt zijn mobiel voor het gezicht van Eddy. ‘Die Ted King mag morgen niet meer starten, omdat hij zes seconden te laat binnen was. Hij kon zijn ploeg niet volgen. Dat wil ik niet pa.’ Eddy kijkt naar zijn zoon. Weet niet zeker of hij begrijpt wat hij bedoeld. Leontien kijkt op, vergeet FC de Kampioenen voor een moment. ‘Jullie mogen me niet laten vallen. Ik heb niets gedaan, iemand moet een fout gemaakt hebben.’

 

De titel doet het misschien al vermoeden, deze maand is de Tour de France aanleiding voor een dagelijks feuilleton. In de eerste plaats bedoeld voor wielerblog Het is Koers, maar vanzelfsprekend ook hier te volgen. Het begint bij de proloog. De aflevering van morgen vind je hier.

zomerkoorts: 4. ajaccio – calvi

Marianne prikt verveeld in een aardappel. De stemming aan tafel is onderkoeld. Papa moppert de hele tijd over de finish van de touretappe die hij heeft gemist. Over de auto en wat de leasemaatschappij wel niet zal zeggen. Dat de vakantie op losse schroeven staat. En weer over die stomme Tour de France. Haar moeder heeft nog helemaal niets gezegd. Haar ogen rood doorlopen van het huilen. Lars doet er ook het zwijgen toe. Hij kijkt afwezig langs zijn zusje naar de donker eikenhouten buffetkast achter haar. De grote pleister boven zijn linkeroog is het enige zichtbare overblijfsel van zijn ongelukkige aanvaring met een boom zaterdagmiddag.

‘Mam, mag ik…’ Haar moeder kijkt de andere kant op. Weer naar haar broer. Met een ruk schiet het meisje overeind. ‘Bekijk het ook allemaal maar!’ De stoel klettert op de plavuizen. Een plas water uit haar omgevallen glas loopt over het plastic tafelkleed. Marianne gooit de gangdeur zo hard mogelijk dicht en stormt naar boven. Aan de eettafel bromt Eddy verbouwereerd ‘wat heeft die nu weer?’ Leontien dept met een inderhaast aangerukte theedoek het gemorste water op. ‘Snappen jullie dan helemaal niets?’, verbreekt Lars zijn stilzwijgen met een snauw. ‘Lars… LARS, waar ga je heen? Jongeman, kom onmiddellijk hier.’ Andermaal slaat de deur met een klap dicht. Eddy vloekt. Zijn vrouw kijkt hem verwijtend aan. Zegt niets.

‘Heb je de spullen gevonden? Mooi. Waar? Ah, ja, daar had ik ook niet aan gedacht. Oh, op zaterdag niet open. Nee, dan hadden we daar ook niet veel aan gehad.’ Eddy beent heen en weer over het terras. De telefoon ingeklemd tussen oor en schouder. Voor de derde keer trekt hij een scheur in zijn vloei. ‘Godver.’ De baal shag landt in het gras. ‘Nee Tom, nee, nee, dat was niet tegen jou. Ja, ok, nu zaterdag maken we het af. We vertrekken maandag pas naar Frankrijk. Als we tenminste vertrekken. Wat? Nee, Lars heeft mijn auto kort gereden. Nee, zelf heeft ie niets. Met de camper. Ja, dan maakt het niet uit, ik weet het. Eerst wat dingen op een rijtje zetten. Ja, komt wel goed.’ Eddy bukt om de shag op te rapen van het gazon. Zijn schouder werkt nog steeds tegen. ‘Na de klus barbecue? Ik leg het even voor aan de chef, ik laat wel wat weten. Ja, tot zaterdag.’

‘Pap…’ Bedremmeld staat het meisje in de deuropening. Haar lange haar nat over haar flodderige slaapshirt. ‘Wacht even meisje, nog twee kilometer.’ Het kind knikt, doet de deur zachtjes achter zich dicht en kruipt met haar lange spillebenen opgetrokken op de bank. Leontien komt binnen, kijkt naar haar weerspannige dochter, ‘Marianne bedek jezelf.’ Ze zet een mok koffie voor haar geconcentreerde echtgenoot en draait zich weer om naar de keuken. ‘Ja, ja, dat is nipt. Daar was wel een fotofinish voor nodig ja.’ De beelden uit de lucht laten zien hoe nipt het verschil is. ‘Pap…’ Eddy kijkt opzij naar het beteuterde gezicht van zijn dochter. Zet de TV uit met een druk op de afstandsbediening. ‘Wat is er meisje?’

Verlegen kruipt ze op zijn schoot. Haar benen over de leuning, het hoofd op zijn schouder. Eddy voelt hoe zijn overhemd nat wordt van haar haar. Ze wipt haar billen omhoog om haar T-shirt er onderdoor te trekken. ‘Voor mams weer begint te zeuren’, lacht ze door haar opdrogende tranen heen. Voor even is ze weer zijn onschuldige kleine meisje. ‘Papa, Lars heeft me verteld wat er gebeurd is. Wat ze over hem zeggen. Zoiets zou Lars toch nooit doen?’ Eddy weet even niet wat hij daar op moet antwoorden. ‘Denk jij dat het waar is?’ ‘Lars zegt van niet!’ ‘Geloof je hem?’ Nu is het Marianne die even stil is. ‘Ja. Ja, het is wel mijn broer.’

 

De titel doet het misschien al vermoeden, deze maand is de Tour de France aanleiding voor een dagelijks feuilleton. In de eerste plaats bedoeld voor wielerblog Het is Koers, maar vanzelfsprekend ook hier te volgen. Het begint bij de proloog. De aflevering van morgen vind je hier.

zomerkoorts: 3. bastia – ajaccio

‘Heb jij Eddy nog gesproken vanochtend?’ ‘Nee, ik heb twee keer gebeld, maar er werd niet opgenomen.’ Judith zucht, ‘Leontien reageert ook niet op mijn berichten. Nu ja, ze zullen hier om een uur of vier wel zijn. Ik moet vanmiddag alleen nog wat stokbrood halen.’ ‘Als ze een auto hebben.’ Michael neemt nog een hap van zijn boterham. ‘Huh, wat bedoel je?’ Met een grote slok melk slikt de puisterige jongeman zijn brood weg. ‘Heb je dat niet mee gekregen? Lars is gisteren met de auto van zijn pa tegen een boom gereden.’

Gert-Jan kijkt zijn zoon vragend aan. ‘Wat?’ ‘Hoe weet jij dat nu weer?’ De knul houdt zijn mobiel omhoog. ‘Wel eens van Whatsapp gehoord ouwe?’ Hij lacht. Wetend hoe verslaafd zijn vader is aan sociale media. Gert-Jan grinnikt. Touché. ‘En Lars? Is het ernstig?’ Judith ziet het luchtige er niet van. Michael haalt zijn schouders op, ‘z’n telefoon doet het in elk geval nog’.

De rook van de barbecue kringelt traag omhoog naar de kruin van de grote dakplataan naast het terras. Gert-Jan luistert met een half oor naar de driftige uitleg van zijn vroegere buurman. Over zijn zoon. Het uilskuiken. Hoe het makkelijk heel anders had kunnen aflopen. De schrik lijkt er nog goed in te zitten. ‘En de auto?’ ‘Afgeschreven. Daar is geen twijfel over mogelijk.’ Gert-Jan verbaast zich over de laconieke reactie van de man tegenover hem. ‘Het is maar blik’, verduidelijkt Eddy zijn antwoord. ‘Probleem van de leasemaatschappij.’

‘Zie die hond’, Eddy springt net niet recht uit zijn stoel. Gert-Jan draait zich om. Een half gare kippenpoot in zijn barbecuetang. ‘Wow, dat gaat maar net goed’. Eddy neemt een slok van zijn bier. Een leeg flesje. Michael zet een nieuwe neer. ‘Bedankt.’ ‘Had ie gedronken eigenlijk?’ ‘Wie? Lars? Nee, gelukkig niet.’ ‘Natuurlijk niet.’ Leontien met een kom sla in haar handen. Vastberaden haar zoon te verdedigen tot het uiterste. Zoiets doet haar oogappel niet. Daarvoor is hij veel te verstandig. ‘Wat zit jij nou dom te grijnzen’, bijt ze haar dochter toe.

‘Stil nou even.’ De drie mannen kijken gebiologeerd naar het scherm. ‘Ze gaan hem pakken.’ ‘Nee.’ ‘Nee.’ ‘Ja, nee, hij redt het.’ ‘Zelfde dokter als Armstrong zeker’, sneert Gert-Jan naar het verhaal van Herbert en Maarten. Over de teelbalkanker van de winnaar. ‘Huh, wat, kijk nou.’ Op het scherm verschijnt een uitslag met een andere naam. ‘Het is een Belg, nou wordt Wuyts vast helemaal gek.’ Eddy lacht.

‘Mijnheer Mollema’, de agent aan de andere kant van de lijn klinkt serieus, ‘u bent de vader van Lars Mollema?’ Eddy knikt. Snapt uit het stilzwijgen van zijn gesprekspartner dat die zijn gebaar niet heeft kunnen zien door de telefoon. ‘Ja’, stamelt hij onzeker. ‘Ik heb een vervelend bericht voor u. Uit de bloedanalyse is gebleken dat uw zoon gisteren ten tijde van het ongeval onder invloed was.’ ‘Onze Lars’, bijt Eddy bits terug, ‘onze Lars drinkt nooit.’ ‘Daar kan ik niet over oordelen mijnheer. Uw zoon is positief bevonden op sporen van Cocaïne.’

 

De titel doet het misschien al vermoeden, deze maand is de Tour de France aanleiding voor een dagelijks feuilleton. In de eerste plaats bedoeld voor wielerblog Het is Koers, maar vanzelfsprekend ook hier te volgen. Het begint bij de proloog. De aflevering van morgen vind je hier.