helpdiensten

Ik maak mij zorgen. Niet om de populariteit van mijn oudste dochter bij het manvolk, om de reorganisatie op het werk van mijn vrouw of om de persoonlijke gevolgen van de wereldwijde crisis. Nee, ik maak mij druk om de veiligheidsregio. De invloed van het dunbevolkte Zeeuwse platteland op het functioneren van de hulpdiensten.

Aanrijdtijden, bezettingsgraden, alarmeringssystemen. Zomaar een paar termen waar je jezelf als bewoner van een afgelegen gehucht druk om zou moeten maken. Niet dat ik dat deed. Het maandelijkse alarmsignaal, dat hier ter plaatse alleen bij een nooit voorkomende windrichting te horen is. Het dichtstbijzijnde hospitaal, op een klein half uur kronkelende polderwegen hier vandaan. Een vrijwillig brandweerkorps, dat al jaren niet meer bestaat uit mannen die binnen twee minuten van de kazerne in hemdsmouwen op het veld aan het werk zijn. Niets van dat alles deed mij wakker liggen.

De lokale roep om de installatie van een levensreddende AED deed ik af als hysterie. Als schijnveiligheid. Wil ik in geval van hartproblemen wel stroomstoten krijgen van een goedwillende dorpsgenoot, zo hield ik mijzelf voor.

Tot de sociale media mij in haar greep kreeg. Ik ben geen man van nieuwssites en roddelrubrieken, maar het volgen van een lokaal netwerk op Twitter confronteerde mij de afgelopen weken keer op keer met quasi-live berichtgeving van alles wat mis kan gaan in de gemeenschap. Een auto te water, een kruidenier overvallen, een fiets omgevallen. Getweet, geretweet en gereretweet. Niet zelden gelardeerd met onthutsende beelden van de situatie ter plaatse.

Dat was het moment waarop een uiterst onaangenaam gevoel mij bekroop. Een fietser te water, wat staat er op het randje van de kade? Een brandweerwagen. Een botsing tussen twee voertuigen? Jawel, de foto bewijst het onomwonden, er is een ambulance bij betrokken. Alarmbellen klonken oorverdovend in mijn hoofd. Was dat wat ik al die tijd heb genegeerd? Waren dat nu de gevolgen van alle bezuinigingen en samenvoegingen? Hulpdiensten die in hun haast om tijdig de plaats van de ramp te bereiken zelf betrokken raken in ongelukkige ongevallen. In haastige aanrijdingen en domme kop-staartbotsingen? Of wat te denken van al die politiefunctionarissen in functie die gesignaleerd worden bij elke gemelde overval. Het geeft toch te denken…

glunderen

Het zijn zware tijden voor ouders van jonge kinderen. ’s-Avonds, wanneer de gelovigen in bed liggen, zitten wij te klappertanden naast een kachel die niet branden mag. Bij nacht en ontij worden we wakker van gestommel op het dak en raadselachtig geritsel in de schoorsteen. Het blijft een groot vraagteken hoe de knechten van de Goedheiligman het toch steeds weer voor elkaar krijgen om het huis binnen te komen door dat enge rookkanaal. Professionele schoorsteenvegers zijn al twee keer een borstel kwijtgeraakt vanwege de smalle doorgang ter hoogte van de aansluiting in de slaapkamer, maar die handige jongens krijgen het ieder jaar weer voor elkaar. Sterker nog, ze maken zelfs het kacheldeurtje van binnenuit open. Geen politiekeurmerk dat daar wat aan kan veranderen. Misschien moet Interpolis daar eens over nadenken.

Op zaterdagochtend om half zeven zit je met waterige ogen te genieten van dochters die trappelend van ongeduld staan te wachten tot jij eindelijk de verpakking van de chocoladeletter open hebt gepeuterd. Ongelovig dat het paard van Sinterklaas echt zelf die wortels heeft opgehaald. Vereerd met de hartjes die Pietje Verliefd op hun kamerdeuren heeft achtergelaten. Geeuwend negeer je het gekrijs van Smurfen op de televisie. Wachtend op de herhaling van het Sinterklaasjournaal. Over stoomboten met panne, baardige mannen met snode plannen en bekende Nederlanders met zulke flauwe grapjes dat het zelfs voor ouders leuk blijft om te kijken. Verwonderd kijk je toe hoe een kind van drie anderhalf uur lang gebiologeerd naar een Chinees meisje met een wit paard en een zak vol kroepoek blijkt te kunnen kijken. Hoe die van bijna twee woordelijk de sinterklaasliedjes meezingt met haar zus. Naar de blinde adoratie van die laatste voor de hulpsint van de personeelsvereniging.

En nu is het zover. Het parket aan mijn voeten ligt bezaaid met pepernoten, mandarijnen en inderhaast verscheurd cadeaupapier. Kind één zit aan haar nieuwe tafeltje te kleuren. Op haar nieuwe stoel. Met haar nieuwe kleurpotloden. In haar nieuwe kleurboek. De waterlanders zijn gedroogd. Het cadeau dat ze ook wel had willen hebben, ligt veilig boven bij zusje in bed. De continuë woordenstroom gevoed door een laatste restje adrenaline. Zometeen, als de meeste kruidnoten zijn vertrappelt, dan zal ze wegkruipen op de bank. Een dekentje over zich heen trekken en ontkennen dat ze moe is. Voor straks, slaap zacht.